
Spins, drive through’s, safetycar periodes en zeer veel gevechten op de baan; de eerste race van de Dutch Supercar Challenge tijdens de Tango Masters of Formula 3 op Circuit Park Zandvoort had alles wat een race kon hebben. Na veel verschillende leiders waren het uiteindelijk Ronald van de Laar en Sebastiaan Bleekemolen die er met de overwinning vandoor gingen, gevolgd door kampioenschapleider Martin Short en Marcos-coureur Cor Euser. In de Supersport I-divisie ging de overwinning naar Erol Ertan, die profiteerde van een botsing tussen Henk Thuis en Henk Haane. Beiden kwamen hierdoor een paar ronden voor het einde vast te zitten in het grind van het Scheivlak en zagen zo hun race vroegtijdig eindigden. Kees Kreijne eindigde met zijn Aston Martin Vantage op de tweede positie, Ruud Olij eindigde met zijn BMW E46 GTR op de derde plek.
Tekst: DSC
Foto's: DSC en Chris Schotanus

Dat Martin Short een goede starter is werd vandaag nog maar eens bewezen. Evenals op Rockingham, waarbij zijn snelle start voor de nodige discussie zorgde, ging hij precies bij het doven van de rode lampen op het gas. Hierdoor verschalkte Short polesitter Cor Euser al in de eerste bocht. Ook de ETEC Viper van het duo de Graaff/Ribbens was snel weg. Zij lagen, gestart op de vijfde positie, na de eerste bocht al op de derde plek. Voor Peter Versluis verliep de start van de race minder goed. Hij ging bij het uitkomen van de Hugenholz bocht iets te enthousiast op het gaspedaal en kwam daardoor in een spin. Versluis verloor hierdoor veel plekken maar kon zijn race, zij het achterin het veld, vervolgen.

In de eerste ronden ontstond er een fel gevecht om de derde positie. De ETEC-Viper lag op de derde positie maar werd al snel onder druk gezet door de gebroeders Pastorelli, waarbij Francesco met de Ferrari F430 GT3 onderweg was en Nicky achter het stuur zat van de Omega V8Star. Toch hield de Viper knap stand en het lukte dan ook om lang voor de beide Pastorelli’s te blijven.

Rob Knook verging het minder goed. Hij vloog in de vijfde ronde hard de bandenstapels in nadat hij met zijn Stealth B6 rechtdoor schoot in de Tarzanbocht. Voor Knook, die op de negende positie lag, betekende dit einde race.
Ook de strijd om de eerste plek was spannend. Short kon na zijn snelle start een aantal ronden zijn eerste positie behouden, maar kreeg het niet voor elkaar om Cor Euser van zich af te schudden. Euser ging dan ook vol in de aanval bij Short en dat resulteerde erin dat Euser Short in de zesde ronde voorbij kon gaan. Euser was duidelijk sneller dan Short en kon dan ook een paar seconden op zijn grote concurrent uitlopen. Toch kon Euser niet lang profiteren van zijn voorsprong, want al in de elfde ronde kwam de safetycar de baan op. Dit kwam omdat een deel van de achterkant van de Mosler van Berry van Elk op de baan terecht was gekomen. “Ik ging hard over een curbstone en toen vloog ineens mijn achterkant eraf. Het is dat het team het zei want ik had het zelf niet eens in de gaten”, aldus Van Elk na afloop.

De safetycar zorgde voor een zeer rommelige situatie, want het moment dat de auto de baan op kwam was maar een paar seconden voor het openen van het pitwindow. Sommige coureurs kozen er dus voor om al richting de pitstraat te gaan en daar te wachten tot het toegestaan was om de pitstop te maken. Toch werkte dit niet bij iedereen in het voordeel. Martin Short kreeg bijvoorbeeld een drive through omdat hij bij het wachten de pitstraat voor de rest blokkeerde en het duo de Graaff/Ribbens kreeg een drive through omdat zij te vroeg de pitstraat indoken. Ook Elmar Grimm verloor kostbare tijd door de rommelige pitstop procedure. Hij ging namelijk weer te snel naar buiten wat hem ook op een drive through penalty kwam te staan.
Bij de herstart ging het bij sommige coureurs fout. Peter Versluis en de ETEC Viper van de Graaff/Ribbens verremden zich bij de Tarzanbocht en schoten beiden rechtdoor het grind in. Daarna was het verrassenderwijs Berry van Elk die zich op de eerste positie in de race had gemeld. Van Elk had zijn pitstop slim uitgekiend en verloor door de safetycar situatie weinig tijd. Hierdoor had hij veel voordeel op de rest, die vaak een ronde later pas hun pitstop maakten. Ook Van Elk maakte echter een fout, en spinde in leidende positie in bocht 8 van de baan.

Nadat alle drive throughs waren uitgevoerd was er weer een nieuwe koploper. Sebastiaan Bleekemolen, die na de pitstops het stuur had overgenomen van Ronald van de Laar, lag namelijk op de eerste positie. Achtervolgers waren Cor Euser en Martin Short, maar Bleekemolen kon zijn eerste positie consolideren en behaalde zo een knappe overwinning. Martin Short eindigde nog op de tweede positie omdat Euser na de race een straftijd kreeg van dertig seconden. Die straf kreeg hij omdat hij bij zijn pitstop opzettelijk langzaam over de veiligheidslijnen van de pitstraat reed. Euser was namelijk te snel bij zijn teamcrew vertrokken en zou bij normale snelheid een te korte pitstop hebben gemaakt. Het is echter niet toegestaan om langdurig over het veiligheidsvak te blijven rijden. Toch eindigde Euser op het podium omdat zijn voorsprong op de concurrentie meer dan dertig seconden bedroeg.

In de Supersport I-divisie had Ruud Olij een goede start. De bestuurder van de BMW E46 GTR schoof op naar de tweede positie door Henk Thuis in de eerste ronde te verschalken. Ook Nol Köhler had een goede start want ook hij ging voorbij aan Henk Thuis. Thuis herstelde zich echter in de eerste paar ronden goed en ging weer voorbij aan zowel Köhler als Olij.
Henk Thuis ging daarna op jacht naar zijn oude concurrent Michael Donovan. Donovan, die afgelopen seizoen in de DSC veel gevechten met Thuis uitvocht, had moeite om uit te lopen op Thuis en moest toezien dat Thuis stukje bij beetje iets van de voorsprong van Donovan afsnoepte. In de achtste ronde had Thuis het gat naar Donovan gedicht en het duurde dan ook niet lang voor dat Thuis voorbij kon gaan aan Donovan.
Achter de drie koplopers (Thuis, Donovan en Olij) had Nol Köhler het aan de stok met de beide Méganes van Carworld Motorsport. Pieter Dubois zette alles op alles om een positie te winnen ten opzichte van Köhler en dat lukte hem uiteindelijk in de achtste ronde.

Na de pitstops en de safetycar situatie was de klassering in de Supersport I-divisie echter weer helemaal door elkaar geschud. Henk Haane, die het stuur van Nol Köhler had overgenomen, had de eerste positie in zijn handen gekregen omdat onder andere Michael Donovan met technische problemen op had moeten geven. Achter Haane was het Erol Ertan op de tweede positie, gevolgd door Ruud Olij op positie drie. Olij kreeg na de pitstops echter een drive through penalty omdat hij te kort had stilgestaan in de pitstraat. Hierdoor viel hij een paar posities terug.

Henk Thuis was na de pitstops ook weer op stoom en deed zijn uiterste best om toch nog een goede klassering te behalen. Thuis, geholpen door een korte tweede safetycar situatie doordat Berry van Elk en Wilfred Herder op verschillende plekken op de baan gespind waren, klom van de zesde naar de tweede positie op. Thuis zette daarna Henk Haane flink onder druk, maar was daarbij iets te enthousiast. In het Scheivlak ging Haane vroeger dan Thuis op de rem waardoor Thuis met zijn neus de achterkant van de Porsche van Haane aantikte. Beiden schoten door deze actie hard het grind in en konden hun weg niet vervolgen.

Hierdoor kwam de eerste positie in handen van Erol Ertan, die zijn eerste plek hierna niet meer uit handen zou geven. Het was voor Ertan zijn eerste overwinning in de DSC. Achter Ertan eindigde Kees Kreijne met zijn Aston Martin Vantage op de tweede positie, voor Ruud Olij door ondanks zijn drive through dus toch nog het podium behaalde.
|