 |
|
 |
|
| 29 JULI 2006 |
PAGINA 1 VAN 2 |

FIA GT-promotor Stéphane Ratel (links), hier in gesprek met GT3-coureur Albert Fürst von Thurn und Taxis
Het FIA GT-kampioenschap moet volgend jaar echt een mondiale status krijgen. Dat is de mening van de Fransman Stéphane Ratel, die met zijn onderneming SRO (Stéphane Ratel Organisation) verantwoordelijk is voor de promotie en de organisatie van het FIA GT-kampioenschap. Tijdens een gesprek voorafgaand aan de 24 Uur van Spa-Francorchamps, het jaarlijks hoogtepunt op de kalender van de GT-serie, ontvouwde Ratel zijn plannen.
Tekst: René de Boer
Foto's: Rebocar Automotive Productions
“Een jaar geleden hier in Spa nam ik de beslissing om de GT’s los te koppelen van het Eurosport-WTCC-pakket en overnieuw te beginnen met het FIA GT-kampioenschap als zelfstandige serie”, zegt Ratel. “Ik denk dat we, met een paar uitzonderingen, als geheel geslaagd zijn in onze opzet. We hebben een sterk programma, met supportraces als de Maserati Trofeo, de Ferrari Challenge, de Renault World Series en het Brits Formule 3. Qua bezoekers hadden we in Silverstone meer dan vorig jaar, terwijl we op Oschersleben en Brno ongeveer evenveel bezoekers als vorig jaar hadden. Ook hier in Spa ziet het er niet slecht uit. Maar de voornaamste ontwikkeling zie je in het startveld. Vorig jaar was het lastig. We hadden een goed GT1-veld, maar nauwelijks GT2-auto’s: gemiddeld vijf of zes, tegen 16 in de GT1. Nu hebben we minder GT1-auto’s, gemiddeld elf per race, maar het GT2-veld is een stuk sterker, met zo’n 16 GT2 en G2-auto’s. Daarnaast is er het succes van het Europees FIA GT3-kampioenschap, met acht verschillende merken, 17 teams en veel auto’s op de baan.”
Ondanks deze positieve vaststelling benadrukt Ratel, dat GT3 altijd een klasse in het bijprogramma van het GT-kampioenschap blijft en nimmer GT1 en GT2 kan vervangen. “Ik blijf een sterk voorvechter van GT1 en blijf deze categorie zo lang ik kan steunen, met daarnaast een sterk GT2-kampioenschap”, zegt Ratel, die wijst op de nieuwe Porsche 911 GT2 als positief voorbeeld. “De auto lijkt van meet af aan competitief te zijn. Ik denk dat we een paar mooie jaren tegemoet gaan met het traditionele gevecht tussen Porsche en Ferrari in de GT2-klasse. Dat is wat mensen willen zien.”
|
|
|
|
 |
|
 |
|
 |
|
|