 
| 16 MAART 2008 |
PAGINA 1 VAN 3 |

De Porsche RS Spyder van Romain Dumas, Timo Bernhard en Emmanuel Collard op weg naar de zege
Nog geen vier weken geleden was Roger S. Penske dolgelukkig, nadat zijn coureur Ryan Newman de Daytona 500 op zijn naam geschreven had. Nu won Penske met zijn Porsche-team en rijders Romain Dumas, Timo Bernhard en Emmanuel Collard de 56e editie van de 12 Uur van Sebring. Daarmee maakt Penske, alias “The Captain”, het trio compleet: hij is de enige teambaas wiens team zowel de Indy 500, de Daytona 500 als de 12 Uur van Sebring gewonnen heeft. Voor Porsche was het de 18e overwinning in Sebring en de eerste sinds Hans-Joachim Stuck en Klaus Ludwig in 1988 zegevierden met de 962. Des te opmerkelijker: niemand had van tevoren een cent gegeven voor de kansen van de lichtere LMP2-prototypes in het algemeen klassement. Theoretisch was daarvoor op het vliegveldcircuit van Sebring het voordeel van de sterkere LMP1’s te groot. Maar noch de Peugeot, noch de beide Audi’s konden de verwachtingen uiteindelijk waarmaken. Jan Lammers eindigde in Sebring met de Porsche RS Spyder als achtste algemeen en als zesde in de klasse.
Tekst: René de Boer
Foto's: PR
Voor Audi was het de eerste keer sinds het jaar 2000, dat er niet in Sebring gewonnen werd. Het fabrieksteam van het merk uit Ingolstadt kreeg te maken met opmerkelijk veel technische problemen. Bij de Audi R10 TDI met het startnummer 2 (Lucas Luhr, Mike Rockenfeller, Marco Werner) moest kort na halverwege de race de rechter turbolader worden vervangen, een defect dat sinds 2006 niet meer bij de Audi’s was voorgekomen. De auto met het nummer 1 van Tom Kristensen, Allan McNish en Dindo Capello verloor in de slotfase flink tijd doordat eerst d wielophanging moest worden vervangen en daarna de beide remschijven van de voorwielen, iets wat normaal gesproken nooit gebeurt. “In Le Mans houden de remschijven het normaal gesproken zonder problemen 24 uur uit”, aldus Audi-sportbaas Dr. Wolfgang Ullrich. Dat Dindo Capello al na 25 minuten in de race een botsing veroorzaakte met de nummer 46-Flying Lizard-Porsche en daarvoor een stop-and-go kreeg opgelegd, hielp natuurlijk ook niet echt. In de slotfase deed Tom Kristensen nog goed zijn best om de opgelopen achterstand in te halen, maar uiteindelijk moest Audi genoegen nemen met de vierde plaats in het algemeen klassement. Dat het merk wel een dubbelzege in de LMP1-klasse behaalde, is aardig voor de PR, maar niet meer dan een schrale troost.
|
|
 
 |
|