 |
|
 |
|
| 13 OKTOBER 2009 |
PAGINA 1 VAN 1 |

De snelheid is er, dat werd al eerder in dit seizoen van de Toerwagen Diesel Cup bewezen. Maar de ontwikkeling van de, voor deze klasse totaal nieuwe Volvo C30 D5, verloopt met horten en stoten. Tijdens de Finaleraces werden Bas Baars en Marcel Roeleveld nog eens met de neus op de feiten gedrukt.
Tekst en foto: PR
De Volvo C30 D5 is niet zomaar een welkome aanvulling in het Multi merken dieselkampioenschap. Met 3 podiumplaatsen, 2 pole-posities en 2 snelste raceronden blijkt de Zweedse racer een geducht wapen tegenover een armada aan BMW’s, Volkswagens en Seats. Het verschil is echter wel dat bijna alle andere auto’s door, door de wol geverfde, professionele raceteams worden geprepareerd, terwijl Marcel Roeleveld en Bas Baars het zelf regelen. En gaandeweg het seizoen blijkt dat je dan soms door schade en schande wijzer wordt.
De Finaleraces in Zandvoort waren zo’n typisch leermoment. Tijdens de vrije trainingen bleek de Volvo-motor sterk in te houden, waarop de equipe terstond inpakte en naar de werkplaats toog. Daar leek het euvel in een verstopt roetfilter te zitten. “We hadden er al een nieuwe motor in liggen dus nu moet het goed gaan”, wist Baars op zeker en in de kwalificatietraining werd door Roeleveld een goede 7e tijd neergezet. “We zijn de eerste niet BMW en de eerste die op deze natte baan niet met regenbanden reed”, aldus Roeleveld.
Bas Baars nam de start voor zijn rekening en pakte al meteen prins Bernhard van Oranje in. In de Masters-bocht was een andere deelnemer gespind en dat betekende weer een plaats winst. Nadat de onvermijdelijke safety-car verdwenen was kwam Ricardo van der Ende voorbij maar die reed even daarna tegen Frans Verschuur aan, waardoor beide auto’s dwars op de baan stonden.
Weer twee plaatsen winst voor de Volvo-equipe derhalve. “Ik op de derde plaats rijdend. Wie had dat gedacht!” glunderde Bas Baars, die met Pasen zijn autosportdebuut maakte. Op die positie gaf hij het stuur over aan de nog snellere Marcel Roeleveld en een podiumplaats lag minimaal binnen bereik.
Maar al snel was Roeleveld weer binnen. Er bleek een turboslang te zijn gebroken en die was niet zo 1-2-3 te vervangen. “Kennelijk ontstaan er kleine scheurtjes in als je hem er een paar keer af moet halen”, luidde de diagnose. Vol goede moed stelde de equipe zich daags erna op voor de tweede race en vanaf de 14e startplaats ging Roeleveld de race in.
Na een ronde kwam hij al als 9e door maar een ronde later sukkelde hij weer achteraan en kwam vervolgens binnen. “Ik zag al een grote rookpluim achter de auto en de wedstrijdleiding besloot dat we vanwege het milieu niet verder mochten racen. Onze diagnose? We denken dat, nu het roetfilter schoon is, de katalysator de boosdoener is. Misschien is die ook helemaal dicht geslibt. Dit is echt een bittere pil voor ons zo enthousiaste team”, mopperde Marcel Roeleveld.
|
|
|
|
 |
|
 |
|
 |
|
|