|
Scroller
|
Column Rob Kamphues: Ik stop pas met autoracen als ik op pole position sta
07 JULI 2010 | PAGINA 1 VAN 1
![]() Ooit riep ik in een overmoedige bui; als ik de langzaamste op de baan ben stop ik meteen met autoracen. Dan ga ik ‘Nederland beweegt’ voor bejaarden presenteren en horen jullie nooit meer iets over ‘Rob Kamphues de autocoureur’. Afgelopen zaterdag kwalificeerde ik me voor de sprintrace in het HTC Dutch GT4 als zeventiende. Meer auto’s deden er niet mee. Autosport.nl video. De video op deze pagina is helaas niet beschikbaar. Ben ik gestopt? Uh….nee! Natuurlijk niet. Er waren duizenden redenen waarom dit allemaal niet aan mij lag. Gelukkig reed ik de auto met groot plezier naar plek elf, dus enig recht van spreken heb ik dit keer. Bij deze heb ik een nieuw motto is: ‘Ik stop pas met autoracen als ik op pole position sta en niemand me meer bijhoudt. Want dan is er pas echt niks meer aan.’ En dan nu alle excuses, uitvluchten en stoere verhalen en misschien nog een klein eerbetoon aan teamgenoot legend Peter Stox die in de stromende regen de auto naar plek vijf reed. Per ongeluk, uiteraard. Het was idioot warm op Assen. Zo heet als in die Engelse comedy ‘Oh moeder, wat is ’t heet’, waarin ze acteurs voortdurend met water besproeiden om te doen alsof ze zweetten. ‘Je moet zoutoplossingen drinken’, raadde iemand aan. Ooit diahree gehad in de Tropen? Moet je eens een zoutoplossing proberen, dan krijg je het vanzelf. Een halve liter water met zout nuttigen is zoiets als proberen de zee leeg te drinken. Gelukkig waren er ook mannen in ons team die zo dom waren om in één keer een heel zouttablet door te slikken, zoals teambaas Peter Stox. Ik bespaar u de details van zijn stoelgang. Men fluistert dat het de reden was waarom hij in zijn sprintrace zo hard ging: hij wilde zo snel mogelijk naar de WC. Ik sloeg me natuurlijk manhaftig door de omstandigheden heen, maar je vraagt je als coureur wel af waarom het ons zo moeilijk wordt gemaakt. Waarom moeten wij autocoureurs nog steeds wollen pakken dragen als de pitpoezen in een stringetje over straat paraderen? Voor de leken: onder dat kekke overalletje van ons zit brandwerend, lang, wollen ondergoed. Dat ziet nooit iemand, omdat autocoureurs zich schamen voor die onderbroek met lange pijpen. En dan moet er ook nog een muts over mijn hoofd heen alsof ik een bank ga overvallen en daarover heen nog een helm die zo krap zit dat als je hoofd opzwelt hij bijna uit elkaar spat. Waarom is dat?! Bergbeklimmers gaan de Hymalaya op in jasjes waar ik mijn kinderen nog niet in naar school zou sturen, maar wij moeten als mummies de auto in alsof we aan de Elfstedentocht van 1963 mee gaan doen. Waarom bedenken wetenschappers niet een gel die je op mijn hoofd smeert die brandwerend is, een mentholaroma heeft dat verkoelt en zo hard wordt dat ik er een voorruit mee in tweeen kan koppen. Ferdinand Kool kwam zo rood uit de auto dat de brandweer spontaan de belendende percelen begon nat te houden. Monteurs liepen met een grote boog om hem heen omdat ze bang waren voor spontaneous combustion. Dat is dat een voorwerp zo heet wordt dat het uit zichzelf ontbrandt of explodeert. De enige die nergens last van leek te hebben was Christiaan Frankenhout. Na veertien ronden keihard racen parelden er drie druppeltjes zweet op zijn voorhoofd. Die zijn met een pipet verwijderd en opgestuurd naar het lab voor onderzoek. Het zou kunnen dat hij gediskwalificeerd wordt omdat blijkt dat hij niet tot het menselijk ras behoort. Het vermoeden bestaat dat Frankenhout een soort zombie is die pas tot leven komt als er een motor wordt gestart. Aan het ontbijt verdenk ik hem er weleens van dat hij nog slaapwandelt. Frankenhout is zo irritant cool dat je soms het verschil met een ijskast niet ziet. Echt; ik heb iemand weleens een flesje water verkeerd zien terugzetten. ![]() Maar genoeg over het weer. Je begrijpt dat het al een enorme uitdaging was om te finishen. Dat heb ik gedaan, in tegenstelling tot vele anderen. Direct na de start knalde het halve veld op elkaar en moest de andere helft capriolen uithalen om de bende te ontwijken. Dus lag ik ineens achtste. Waarom nog kwalificeren? Het maakt toch geen donder uit. Maar het probleem is dan natuurlijk wel dat je ineens tussen jongens rijdt die eigenlijk een stukje sneller zijn. Tenminste op die dag, onder die omstandigheden, want normaal is dat natuurlijk omgedraaid. Dus moest ik er twee laten gaan en alle zeilen bij zetten om de rest in het vizier te houden. Op de grens rijden heet dat. Of je dat nu doet op het niveau van Christiaan en Ferdinand of op dat van Peter en mij, op de grens rijden brengt zo zijn risico’s mee. Zo schakelde ik bij het remmen een keertje van vijf naar zes in plaats van vier en op de grens is dat precies genoeg om de auto een heel andere kant op te sturen dan de rijder wil. Nee nee, ik heb ‘m niet in de grintbak geparkeerd, maar ben er wel zo hard doorheen geploegd dat je van de restanten in mijn wielkasten een aardig tuinpad aan kan leggen. Dat kostte me nog een plekje waardoor ik uiteindelijk als elfde over de meet ging. ![]() Dan nu nog een klein eerbetoon aan mijn teamgenoot Peter Stox. In zijn sprintrace brak de hemel open, zodat hij in elk geval geen last van de warmte had. Aquaplainend zeilde hij het halve veld voorbij en eindigde hij op een sensationele vijfde plek overall en met afstand als eerste legend. Dat is natuurlijk heel knap, dat valt niet te ontkennen. Toegegeven, enigzins knarsentandend stond ik langs de baan. Want ik hou wel van Peter, hij mag van mij ook wel succes hebben, maar hij moet me natuurlijk niet zoek gaan rijden! Gelukkig viel dat op een droge baan weer alleszins mee. Dus waarschijnlijker is het dat Peter met zo’n waas voor zijn ogen heeft gereden dat hij de hele regen niet heeft gezien. ![]() Eigenljk is het een nare man, die Peter Stox. Peter is het type dat heel goed zichzelf in de underdog positie weet te manouvreren. ‘Rob, jij hebt veel meer ervaring, jij bent sneller, jij moet mij zo op anderhalve seconde zetten.’ Om na een half jaar toe te geven dat hij al jaren in auto’s met achterwielaandrijving en heel veel vermogen rijdt. Daar zijn we nu dus klaar mee. De telemetrie wijst het ook uit: zodra er een gevaarlijke bocht komt geeft hij gas bij. Kortom; de heer Stox heeft hele grote ballen of heel weinig hersens. Of hij gebruikt in zijn privéleven vooral zijn hersens. Of hij concentreert zich alleen als het regent en het echt eng wordt. Kortom; de eerstvolgende race rijdt meneer Stox ook op een droge baan die auto naar het podium en mag hij nooit meer zeggen: ‘ik ben zo langzaam.’ Want dan hou ik er echt mee op!
<< Vorige [ 1 ]
Relevant autosport nieuws![]() |
| RSS Feed | | W3C HTML Valid | | © Fast Company - Autosport.nl • hét nationale autosport magazine op internet • |